Pensioen- regeling

Werkgevers en pensioenfondsen kunnen kiezen tot welke kring van Volo pensioen ze toetreden. Dit kan een eigen kring zijn met een eigen afgescheiden vermogen voor u en uw collega’s of een gedeelde kring waar, naast het pensioen van uw collega’s, ook het pensioen van medewerkers van andere werkgevers is ondergebracht. Per kring geldt dat het vermogen is afgescheiden en dat er wordt belegd op een manier die past bij de wensen van u en uw kringgenoten.

Bij Volo pensioen kunt u uitkeringsovereenkomsten (defined benefit), collectieve premieovereenkomsten (collective defined benefit) en premieovereenkomsten (defined contribution) onderbrengen en laten uitvoeren. Dit kan zowel in een gedeelde als een eigen collectiviteitkring.

Onze pensioenregeling is flexibel. Zowel voor de werkgever, die kiest voor eventuele aanvullende modules. Maar ook voor de deelnemer, bij het maken van persoonlijke keuzes. Hieronder leest u alles over de pensioenregeling van Volo pensioen.

   

Ons aanbod

  • Onze pensioenregeling is een DB-regeling. Dit staat voor Defined Benefit, ook wel uitkeringsovereenkomst. Dat wil zeggen dat in de toezegging het jaarlijkse niveau van pensioenopbouw de basis vormt. Dit is anders dan bij een premieovereenkomst (Defined Contribution) waarin in de toezegging een bepaalde premie de basis vormt.
  • De pensioenregeling is IFRS-proof. De werkgever wordt dus niet geconfronteerd met mogelijke pensioenrisico’s op de balans van zijn eigen onderneming.
  • Het betreft een middelloonregeling, waarbij een werknemer pensioen opbouwt over het gemiddeld verdiende salaris tijdens de opbouwperiode.
  • De franchise en het opbouwpercentage worden gekozen door de werkgever, mits binnen de fiscale grenzen. De opbouw geldt tot maximaal de landelijk geldende grens van € 105.075,- (in 2018).*
  • Een werknemer start met pensioen opbouwen vanaf 18 jaar.
  • De pensioenrekenleeftijd is 68 jaar: we gaan voor het berekenen van de opbouw van de pensioenen uit van pensionering op 68-jarige leeftijd.
  • De standaard pensioendatum is de AOW-leeftijd. Die kan dus anders zijn dan 68 jaar! Wij gaan er in de communicatie vanuit dat elke deelnemer op de AOW-leeftijd met pensioen gaat. De betreffende bedragen worden getoond op het UPO (Uniform Pensioenoverzicht) en in de MijnOmgeving.
  • Vervroegen of uitstellen van de pensioendatum kan uiteraard. Dit kan tot 5 jaar vóór of na de AOW-leeftijd.
  • Het partnerpensioen is verzekerd op risicobasis of opbouwbasis, afhankelijk van de keuze van de werkgever.
  • Ditzelfde geldt voor wezenpensioen. Het wezenpensioen wordt uitgekeerd tot de 21- jarige leeftijd. Als de wees studeert of arbeidsongeschikt is, wordt het wezenpensioen uitgekeerd tot 27 jaar.
  • Bij arbeidsongeschiktheid loopt de pensioenopbouw door tot de standaard pensioendatum.

*Boven de aftoppingsgrens van € 105.075,- (in 2018) biedt Volo pensioen geen pensioenoplossing aan.

Keuzes voor de werkgever

  • De werkgever kan kiezen voor een partnerpensioen op risicobasis of opbouwbasis. In het laatste geval bouwen werknemers partnerpensioen op, dat bij pensionering door henzelf desgewenst kan worden omgezet in extra ouderdomspensioen. Bij partnerpensioen op risicobasis is alleen het risico verzekerd tot aan pensionering of einde deelneming; er wordt dan geen bedrag opgebouwd.
  • De werkgever kan kiezen voor een aftoppingsgrens, die lager ligt dan de landelijk geldende grens.
    Eventueel kan boven de aftoppingsgrens die de werkgever heeft gekozen een excedentregeling (aanvullende DC-regeling) worden afgesloten, voor het salarisdeel tot de landelijke aftoppingsgrens van € 105.075,- (in 2018)*. DC staat voor defined contribution, ook wel premieovereenkomst. Hierbij staat vast hoeveel premie werkgever en werknemer samen periodiek inleggen, en niet het bedrag dat moet worden bereikt op de pensioendatum.
  • De werkgever kan besluiten de premie te maximeren. Hiermee profiteren werkgever en werknemer van een degelijke DB-regeling, maar is de werkgever beschermd tegen te hoge premiekosten.
  • Als veel werknemers een salaris boven de WIA-grens hebben, kan de werkgever kiezen voor arbeidsongeschiktheidspensioen. Hiermee krijgen arbeidsongeschikte werknemers een extra uitkering bovenop de WIA.
  • Tot slot kan een werkgever kiezen voor een aanvullende risicodekking voor werknemers, ter hoogte van de Anw. Dit zorgt bij overlijden van de werknemer voor een tijdelijke uitkering tot de AOW-leeftijd van de partner. Aangezien de meeste mensen niet meer in aanmerking komen voor een Anw-uitkering, is deze optionele voorziening getroffen.

*Boven de aftoppingsgrens van € 105.075,- (in 2018) biedt Volo pensioen geen pensioenoplossing aan.

 

Keuzes voor de werknemer

  • Als de werkgever kiest voor een partnerpensioen op opbouwbasis, dan kan de werknemer op de pensioendatum partnerpensioen uitruilen voor extra ouderdomspensioen.
  • Is het partnerpensioen op risicobasis verzekerd? Dan kan de werknemer bij pensionering of bij einde dienstverband een deel van het ouderdomspensioen uitruilen voor partnerpensioen.
  • Als de werkgever een excedentregeling heeft afgesloten voor het salarisdeel boven een bepaalde grens, koopt de werknemer voor de opgebouwde DC-rechten zelf een pensioen aan op de standaard pensioendatum. Tijdens de opbouw kan de deelnemer keuzes maken over de wijze van beleggen. De werknemer kan kiezen voor meer defensief of juist offensief beleggen. Ook bepaalt de werknemer of de wijze van beleggen gericht moet zijn op het later aankopen van een stabiele/vaste pensioenuitkering in de basisregeling, of een variabele pensioenuitkering bij een pensioenverzekeraar.
  • De werknemer kan kiezen voor een hoog-laag-pensioen. De werknemer bepaalt zelf de verhouding hoog versus laag, of laag versus hoog. De verhouding tussen de hoge en lage uitkering mag niet meer bedragen dan 100:75. De eerste periode mag niet langer dan 10 jaar duren. Bij vervroegde pensionering kan de werknemer kiezen voor een extra hoge uitkering tot de AOW-leeftijd om het nog niet ontvangen van AOW te compenseren.
  • Deeltijdpensioen is ook mogelijk, op z’n vroegst 5 jaar voor en op laatst 5 jaar na de AOW-leeftijd.